Hogeschool van Amsterdam

Louise Elffers: Druk in Nederlands onderwijssysteem onnodig hoog

Boek 'De Bijlesgeneratie' van lector Louise Elffers verschijnt vandaag

3 apr 2018 08:47 | Afdeling Communicatie

De prestatiedruk in het onderwijs is flink toegenomen. Ouders en leerlingen willen het hoogst haalbare uit de schoolloopbaan halen. Als gevolg daarvan groeit het gebruik van bijlessen explosief. Hoe is deze druk in het onderwijs ontstaan? En hoe keren we het tij? Dit beschrijft lector Beroepsonderwijs Louise Elffers van de HvA en UvA in haar nieuwe boek De Bijlesgeneratie- opkomst van de onderwijscompetitie, dat vandaag uitkomt.


De zesjescultuur heeft plaatsgemaakt voor zoveel mogelijk uit de schoolcarrière halen. Een universitair diploma is niet bijzonder meer. Ouders pushen het schooladvies omhoog, vwo’ers doen de vijfde klas expres opnieuw zodat ze betere cijfers kunnen halen. Louise Elffers ontleedt in De Bijlesgeneratie hoe de race naar de top in het Nederlandse onderwijs ontstaan, en wat eraan te doen is.

Hoe is deze prestatiedruk is ontstaan? Twintig jaar geleden was je niet ‘cool’ als je hard leerde of naar het gymnasium ging.

 “Er zijn eigenlijk twee redenen: de wereldwijde onderwijscompetitie, en ons Nederlandse onderwijssysteem, dat de druk onnodig opvoert. De eerste tendens is dat onze samenleving steeds hoger opgeleid raakt. Dat leidt tot verdringing op de arbeidsmarkt en ‘inflatie’ van diploma’s; een universitair diploma is nu niet zo bijzonder meer. Dit is wereldwijd aan de gang: er gaan inmiddels zoveel mensen naar de universiteit, dat je steeds meer onderwijs nodig hebt om je nog te onderscheiden.

De tweede reden is dat het Nederlandse onderwijsstelsel de druk extra opvoert om al vroeg je positie in de juiste route veilig te stellen, want daarvan hangt je toekomst af. Ouders en leerlingen doen er alles aan om een schoolniveau te halen waarmee je naar het hoger onderwijs kunt gaan, en door de vroege selectie moeten zij al jong alle zeilen bijzetten. De combinatie van die twee dingen maakt dat de druk op goede schoolprestaties zo is opgelopen. Bijles is een soort doping geworden in die strijd.”

Studenten in de klas

Zorgen ouders zelf niet voor die druk, doordat zij hun kind met hangen en wurgen op een bepaald schoolniveau proberen te houden?

“Het is een veelgehoord geluid: ‘Ouders moeten niet zo moeilijk doen, en niet zulke hoge verwachtingen op hun kinderen projecteren’. Maar het valt ouders niet te verwijten dat ze de route naar het hoger onderwijs voor hun kind willen veiligstellen. Het maakt voor je toekomst namelijk heel véél uit of je naar het vmbo of het vwo gaat. Je krijgt er compleet andere leerkansen om je kennis te ontwikkelen, en dat bepaalt weer welke kansen je in de toekomst nog krijgt. De kaarten worden al vroeg geschud. Ik zie liever dat ouders het in het reguliere onderwijs proberen op te lossen, maar ik begrijp wel dat zij er zo bovenop zitten om dat niveau hoger te halen, als het er ook maar een beetje in lijkt te zitten.”

Dr. Louise Elffers

Louise Elffers

Maar er zijn ook leerlingen die laatbloeiers zijn. Kun je als vmbo’er niet alsnog opklimmen naar de universiteit als je eenmaal een diploma hebt?

“‘Je kunt altijd nog hogerop komen’ geldt wel op papier, maar in de praktijk is dat heel moeilijk, doordat scholen allerlei selecties hanteren. Als je vanaf het vmbo wilt opstromen naar de havo is dat veel moeilijker dan de overstap mavo-havo vroeger was: je moet goede cijfers hebben en soms ook een motivatiebrief insturen.  

Ook zijn er nog maar weinig brede scholengemeenschappen, en is het vmbo tot een gescheiden wereld gemaakt. We zien daardoor dat de scheiding tussen onderwijstypes toeneemt. Doorstromen van mbo naar hbo is ook moeilijker geworden. We zien dat mbo’ers steeds vaker uitvallen op het hbo in het eerste jaar, omdat de kloof te groot is; ze hebben al die jaren daarvoor heel ander onderwijs gevolgd dan havisten. De positie van waaruit je start met je schoolloopbaan wordt dus steeds bepalender voor je toekomst.”

Wat voor gevolgen heeft de toegenomen onderwijscompetitie voor scholen en voor leerlingen?

“Iedereen wil zijn kansen maximaliseren, zowel ouders als scholen. Ouders zorgen dat hun kind op het hoogst haalbare niveau belandt, en daarna niet alsnog afzakt. Kinderen met een havo-advies gaan nu vooral voor een havo- of havo/vwo-school, terwijl kinderen met een vwo-advies weer naar een categoraal gymnasium willen. Het vmbo wordt gezien als een voortijdig game over.

Scholen reageren op die tendens. Zij krijgen een sterkere populatie binnen als ze een categorale havo- of vwo-school zijn. Ze willen de beste leerlingen binnenkrijgen, en bij twijfel over het niveau laten zij leerlingen liever niet toe. Daar hebben scholen zelf baat bij, omdat ze worden afgerekend op de resultaten van leerlingen, op rendement.

Het is de omgekeerde wereld. Laatst wilde een havo in Amsterdam alleen nog leerlingen toelaten met havo-vwo-advies. Dan heb je verdorie een havo-advies, en kun je niet eens op een havoschool terecht! De minister heeft daar overigens ingegrepen, want dit mag niet.”

Studenten in collegebanken tijdens international days van AMSIB HvA

Wat is de oplossing om de druk in het onderwijs weer te verminderen?

“Aan de wereldwijde tendens dat steeds meer mensen hogeropgeleid raken, kunnen we niet veel doen. Maar het Nederlandse onderwijssysteem maakt de druk wél extra groot, en de oplossing daarvoor ligt in onze eigen handen.

Ten eerste wordt in Nederland al heel vroeg geselecteerd op niveau. Het basisschooladvies bepaalt nu grotendeels je verdere schoolloopbaan, en dat werkt kansenongelijkheid in de hand. Zo weten we dat kinderen van lageropgeleiden een lager schooladvies krijgen dan kinderen van hogeropgeleide ouders met hetzelfde IQ. We moeten daarom van die vroege selectie af: het basisschooladvies moet de schoolloopbaan niet voortijdig op slot zetten. Maar zolang die selectie er is, moet die in ieder geval zo gestandaardiseerd mogelijk gebeuren: het moet niet afhangen van het advies van je leraar of school op welk niveau je je schoolloopbaan mag vervolgen.

Ouders kunnen er op hun beurt aan bijdragen dat de noodzaak voor bijles buiten school afneemt, door te vragen en verwachten dat het reguliere onderwijs zelf voorziet in de benodigde begeleidng. Zij hebben in Nederland een belangrijke stem in de school.

Daarnaast moet stapelen weer gemakkelijker worden. We hebben meer brede scholengemeenschappen nodig, in plaats van categorale scholen, zodat leerlingen gemakkelijker kunnen switchen. En we moeten ervoor zorgen dat leerlingen minder vastzitten aan één route, door maatwerk te bieden. Het moet mogelijk worden om vakken op verschillende niveaus te volgen; zodat je als je uitdaging mist een niveautje hoger kan gaan, of juist weer een stap terug kunt doen. Zo zit je niet van begin af aan vast aan één niveau.

Maar bovenal moeten we kijken naar welk onderwijs het beste bij de leerling past. Maar twintig procent van de beste leerlingen belandt nu op het vwo. Dat betekent niet dat die andere leerlingen het vwo niet aankunnen, maar dat er anderen zijn die nog beter zijn, terwijl gekeken moet worden bij wie het vwo als onderwijsvorm past. Niet het relatieve prestatieniveau, maar de individuele capaciteiten en interesses zouden leidend moeten zijn bij de keuze voor een route.”

Ga voor meer informatie over het lectoraat Beroepsonderwijs van Louise Elffers naar www.hva.nl/lectoraatberoepsonderwijs.

Diploma met graduation hoedje ernaast; illustratie